Klinisch redeneren binnen een integrale evidence-based benadering van acute en chronische enkel problematiek in de (sport-)fysiotherapeutische praktijk – de basic cursus.

Voordelen:
  1. 50% theorie + 50% praktijk = 100% cursus.
  2. integraal evidence-based concept van de enkel.
  3. direct aan de slag met je nieuw verworven competenties.
  4. accreditatie is aangevraagd bij het KNGF
  5. maximaal 24 deelnemers!!
  6. lage kosten!!

Inleiding:
“Status na inversietrauma”, “chronische instabiliteit” maar ook “achillodynie” zijn veel voorkomende verwijsdiagnoses van patiënten die zich op het (sport-)fysiotherapeutisch spreekuur melden. Meer dan 200.000 enkelletsels worden jaarlijks bij de huisarts gemeld. Hoeveel patiënten worden uiteindelijk doorgestuurd? Wat zijn de kenmerken van deze patiëntenpopulatie en vooral wat is hun prognose? Immers kent het acute inversietrauma een over het algemeen gunstig beloop. Kan ik als fysiotherapeut op tijd die patiënten selecteren die op termijn een verhoogde kans op chronische pijn en/of instabiliteit hebben? Wat moet ik mijn patiënt als die bij mobilisaties pijn ventraal of dorsaal aan de enkel aangeeft? Daarnaast ziet de fysiotherapeut ook veel patiënten met een verwijsdiagnose “achillodynie”. Zijn dat patiënten met andere kenmerken dan de patiënten met een status na een inversietrauma? Of vertonen beide populaties overlap wat kenmerken, tekenen en symptomen betreft? Met de komst van de directe toegankelijkheid zijn deze vraagstukken rondom patroonherkenning van cruciaal belang geworden. Uitsluitdiagnostiek en screening zijn relevante vernieuwingen voor het fysiotherapeutisch onderzoek en de behandeling bij patiënten met klachten in de regio onderbeen-enkel-voet. Deze cursus gaat in op zowel de screening, medische en paramedische diagnostiek en vooral de vraag hoe de fysiotherapeut op een adequate wijze zijn interventiebeleid vorm kan geven.

Niveau basic:
Deze cursus is bedoeld voor gediplomeerde fysiotherapeuten (minimaal niveau startbekwaam volgens het nieuwe beroepsprofiel, HBO-diploma fysiotherapie).

Opbouw:
Het opleidingscentrum biedt twee verschillende cursussen ten aanzien van het toepassen van de integrale E.B.P.-benadering van enkelproblematiek aan. Deel 1 wordt beschouwd als basic-gedeelte; deel 2 als advanced. De basic-cursus is bedoeld voor fysiotherapeuten die regelmatig enkelpatiënten zien maar zich tot nu toe weinig in de complexiteit van het enkelgewricht hebben verdiept.
De advanced-cursus kan gevolgd worden indien de basic-cursus succesvol is afgerond. Doel van de advanced-cursus is valkuilen in complexe enkelproblemen met elkaar te ontdekken en patroonherkenning als redeneerstrategie verder te ontwikkelen.

Competenties:
In de basic cursus worden de volgende competenties getraind: “screenen, diagnosticeren en plannen”, “therapeutisch handelen” en “preventief handelen” (bron: het beroepsprofiel van de fysiotherapeut, KNGF, oktober 2005).

Inhoud van de cursus:

  1. Algemene en specifieke bindweefselfysiologie van kapsel (membrana fibrosa en synovialis van het spronggewricht), ligamenten (mediaal en lateraal kapselbandappraat) en pezen (histologie en etiologie van de tendinitis en de tendinose).
  2. Functionele anatomie van de enkel (met nadruk op de klinische relevantie), waarbij de congruentie vanuit biomechanisch perspectief besproken wordt en er samenhangend geheel gepresenteerd wordt van actief, passief en neuromusculair subsysteem.
  3. Fysiotherapeutische modellen en clinical reasoning met aandacht voor patroonherkenning bij acute en chronische “in”stabiliteitsproblematiek in het bovenste en onderste spronggewricht. Verschillen en samenhang tussen acute en chronische instabiliteit wordt besproken onder andere op basis van het model van Panjabi en T’Jonck.
  4. Veelvoorkomende complicaties zoals impingement, subchondraal letsel en achillodynie, en de vraag hoe de (sport-)fysiotherapeut daar mee om kan gaan.
    a. De anteriore en posteriore impingements zijn de laatste jaren goed onderzocht. Implicaties van deze onderzoeken voor de fysiotherapeut worden gedurende deze cursus besproken.
    b. Subchondrale letsels vooral in het bovenste spronggewricht worden vaak niet gediagnosticeerd. Tekenen en symptomen van deze defecten worden besproken.
    c. Achillodynie b.v. bij hardlopers is een veel voorkomende verwijsdiagnose. In meer dan 90% der gevallen is er geen sprake van een tendinitis maar van een tendinose. Dit intratendinogene degeneratieve proces is mulifactorieel van aard en dient ook als zodanig door de fysiotherapeut begeleid te worden.
  5. D.T.F. : rode vlaggen als biomedische risicofactoren voor de region onderbeen-enkel-voet worden besproken, “niet-pluis-situaties” (b.v. Ottawa Enkel Rules om het fractuur-risico te beoordelen en het vroegtijdig herkennen van mogelijke trombolytische processen in het onderbeen). Maar ook de klassieke totaalrupturen van de achillespees komen regelmatig voor op het (sport-)fysiotherapeutisch spreekuur.
  6. Uitgangspunten van de vernieuwde KNGF-richtlijn “enkelletsel” waarbij grondig de basis van de richtlijnen (natuurlijk beloop en wondgenezing) besproken wordt. Tevens wordt de relatie gelegd met de CBO-consensus-richtlijn acute enkel.
  7. Het fysiotherapeutische onderzoek: zowel screening als ook diagnostiek waarbij specifieke enkeltesten en vragen- en observatielijsten aan bod komen inclusief bespreking van de klinische waarde op basis van recent wetenschappelijk onderzoek (Evidence based physiotherapy).
  8. Vaardigheden: actieve revalidatie, sprong-ABC, excentrische training bij tendinose, compressiemobilisaties/translaties en taping.

De volgende data zijn beschikbaar:

Deze cursus staat nog niet gepland