klinisch commentaar december 2017

Preventie van overbelastingsproblematiek aan de schouder bij bovenhandse werpsporters.

introductie

Overbelastingsproblemen aan de schouder komen veelvuldig voor bij bovenhandse werpsporters. 44-75% van alle handbalspelers in de hoge speelklassen hebben in het verleden wel eens schouderklachten gehad. In een transversale studie van Almeida (2013) worden afgenomen endo- en een toegenomen exorotatie als risikofactoren voor het ontstaan van deze blessures genoemd. Ook zwakte in de exorotatoren en een ongunstige relatie tussen concentrische en excentrische kracht worden als risicofactoren genoemd (o.a. Edouard 2013). Dit geldt ook voor zwakte in de abductie, scapuladysfunctie en eventuele rotatiebeperkingen in de thoracale wervelkolom (Kibler 2013).

De hier beschreven prospectieve en gerandomiseerde studie van Andersson probeert antwoord te geven op de vraag of een specifieke warming-up dat gericht is bovenstaande risicofactoren een preventief effect heeft op het voorkomen van overbelastingsproblemen aan de schouder.

methode

Hiervoor werden in de zomer van 2014 de handbalteams uit de eerste en tweede klasse van Noorwegen (mannen en vrouwen) uitgenodigd om deel te nemen. Van de in totaal 48 teams hebben 46 teams deelgenomen. Middels “concealed allocation” en randomisatie werden de teams over twee groepen dusdanig verdeeld dat in beide groepen evenveel mannen- als vrouwenteams waren. De controlegroep deed de warming-up zoals ze dat gewend waren (“usual care”). De teams uit de experimentele groep volgden hun warming-up conform het nieuwe preventieprogramma “OSTRC Injury Prevention Program”. Aan het begin van het seizoen werden de teams geschoold om dat programma op correcte wijze uit te voeren aan het begin van elke training. Spelers uit teams van beide groepen vulden vervolgens zes keer in het seizoen de OSTRC vragenlijst over overbelastingsklachten in.

resultaten

In de experimentele groep deden 22 teams met 331 spelers mee en in de controlegroep 23 teams metin totaal 329 spelers. Aan het begin van de studie waren er geen verschillen ten aanzien van prevalentie van schouderklachten in de voorgeschiedenis tussen beide groepen. In beide groepen werden de OSTRC vragenlijsten tussen 85% en 87% ingevuld. Gedurende het seizoen waren er geen verschillen tussen de groepen ten aanzien van trainings- en wedstrijdbelasting. De gemiddelde compliance ten aanzien van de preventieve training lag bij gemiddeld 1,6 keer per week in plaats van de aanbevolen 3 keer per week.

De gemiddelde prevalentie van overbelastingsklachten aan de schouder gedurende het seizoen lag bij 17% bij spelers van de experimentele groep en 23% in de controlegroep (gemiddeld verschil van 6%). De gemiddelde prevalentie van ernstige schouderklachten gedurende het seizoen lag bij 5% bij spelers van de experimentele groep en 8% in de controlegroep (gemiddeld verschil van 3%).

conclusie

Over het algemeen hadden spelers uit teams van de experimentele groep een 28% lagere kans op het ontstaan van schouderklachten gedurende het seizoen dan spelers uit teams van de controlegroep.

Het lijkt daarom zinvol een gestructureerd warming up  ter preventie uit te voeren. Het is natuurlijk de vraag of deze gestructureerde warming up ook bij andere bovenhandse werpsporten vergelijkbare effecten heeft en net als bij het FIFA11 programma is het de vraag of dergelijke maatregelen ook in de lagere niveaus van sportbeoefening een vergelijkbaar effect sorteren. In principe zijn alle oefeningen goed uitvoerbaar en de warming up neemt ca. 10 minuten tijd in beslag waardoor de implementatie haalbaar zou moeten zijn.

Alles bij elkaar in ieder geval weer een prachtige studie van het Oslo Sports & Trauma Research Centre.

Hier de link naar de volledige beschrijving van het programma:

[bjsports-2016-096226supp_appendix.pdf]

 

Martin Ophey, martin(at)nexus-physiotherapy.eu

 

  • Andersson Stig Haugsboe, Roald Bahr, Benjamin Clarsen, and Grethe Myklebust. Preventing overuse shoulder injuries among throwing athletes: a cluster-randomised controlled trial in 660 elite handball players. Br J Sports Med 51 (14):1073, 2017.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *